Vervelend

Maandag 26 November 2012 in categorie Even afreageren

Je hebt leuke klusjes en vervelende klusjes. Waarbij vastgesteld moet worden dat leuke klusjes vervelend zijn om over te schrijven en omgekeerd. En dus kies ik voor een betoog over een vervelend klusje.
Vervelende klusjes worden vervelender naarmate ze onontkoombaarder zijn. Zoals het oppompen der autobanden. Ik heb daar een uitgesproken hekel aan. De ontwikkelingen in de techniek hebben ons op dit punt behoorlijk in de steek gelaten. Auto's staan inmiddels op de drempel van het vermogen zichzelf te besturen, maar automatisch de banden op spanning houden is nog verre toekomst. Als het er al ooit van komt…

Autobanden oppompen vind ik vooral vervelend door de omstandigheden waarin dit moet gebeuren. Je denkt het karwei even mee te pakken bij de tankbeurt, maar zo simpel steekt de wereld niet in elkaar.
Ten eerste moet je maar afwachten of de bandenpomp niet defect is. Dat is hij namelijk dikwijls. Een andere pomp zoeken is nu net weer effe teveel moeite. Met als gevolg dat je meestal nog een tijdje blijft rijden met een knagend te-zachte-banden-gevoel tussen de oren. Al dan niet terecht, maar wanneer je eenmaal het idee hebt dat je banden te zacht zijn, kom je daar niet meer vanaf.

Je denkt: dan kan ik meteen mooi even de banden oppompen!

Als de bandenpomp het wél doet, zie je tijdens het tanken dat er geen auto's bij staan. Dus je denkt: dan kan ik meteen mooi even de banden oppompen. Je draait de benzinedop vast, kijkt weer op en ziet dat er in die drie seconden een wachtrij is ontstaan van twee auto's, een Canta, een scooter en een rolstoel. Vraag niet hoe het kan, het is een wetmatigheid.

Bij de bandenpomp is ook altijd te weinig ruimte. Waarschijnlijk ter ontmoediging. Iedereen moet eindeloos manoeuvreren om zijn voertuig in positie te krijgen.
Wanneer je eindelijk aan de beurt bent volgt het sjorren aan de slang, het gepriegel met ventieldopjes en het viezevingergedoe omdat de auto eigenlijk ook al een hele tijd geleden door de wasstraat had gemoeten en de wieldoppen smerig zijn. Bijkomend leed zijn snijdende wind en striemende regen. Want let maar op: in tegenstelling tot de benzinepomp staat de bandenpomp nóóit onder het afdak.

Achter je telt de volgende in de rij geërgerd het aantal banden af dat je nog moet afwerken. Dat weet je namelijk, dat herken je. Nooit eens die aangename verrassing dat je voorganger maar één band oppompt en wegrijdt. Nee, altijd alle vier. En met een beetje pech loopt hij ook nog een kwartier naar het laatste ventieldopje te zoeken.

U zou kunnen tegenwerpen dat er van die handige voetpompjes bestaan. Daarmee kun je, door niets en niemand opgejaagd, op je eigen vertrouwde parkeerplek voor de deur, de banden op spanning brengen. Ik raad ze af. Je staat net zo voor schut als bij het oppompen van een luchtbed op de camping. En dat maal vier. Desastreus voor je gevoel van eigenwaarde.

Het lijkt mij al met al de hoogste tijd dat iemand een bandenoppompservice begint. Lekker met een luchtcompressor op een bakfiets langs de deuren en dan voor een halve euro de boel op spanning brengen. Daar worden volgens mij hele buurten een beetje gelukkiger van.

Tags: