Vrijdag 10 Mei 2002 in categorie Lezen
bestaan de barricaden nog, voor mooie idealen?
of zijn 't alleen nog maar langharige verhalen
van vechten voor de vrede en verdraagzaamheid?
bestaan de barricaden nog, voor mooie idealen?
of zijn 't alleen nog maar langdradige verhalen,
weggezonken in een nu verguisde tijd?
staan wij dan nu alleen met lege handen
die wij liever niet meer branden
aan de ontluisterend kille waarheid
dat het heilig vuur geblust is sinds die tijd?
Zondag 07 April 2002 in categorie Lezen
Mijn altijd lieve vriendin (zij is bijkans te goed voor deze wereld) stortte zich met ware doodsverachting op 'De ontdekking van de hemel'. Maar zij, zelfs zij, kreeg na circa zeventig procent van deze Paris-Dakar van de Nederlandse literatuur te hebben afgelegd, een vastloper. Nou ja, Nederlandse literatuur... Eigenlijk bestaat er sinds jaar en dag slechts Nederlandse en Echte Literatuur. Dat is wat kort door de bocht, maar voor velen toch herkenbaar, vrees ik.
We zijn de hemel toen maar in de cinema gaan ontdekken. Zeer zeker een mooi werk van Jeroen Krabbé, daar doen we niets aan af.
Maar zoals ik al had gevreesd: het verhaal van Mulisch is Vullisch. Stephan Fry redt de zaak.
Verder kan Harry de Hemelbestormer weer niet nalaten om breed voor ons uit te meten in welke landen hij allemaal is geweest, hoe belezen hij is, hoe goed hij kan punniken met platte symboliek en hoe hij stiekum graag Umberto Eco had willen zijn.
Ik ga in hemelsnaam van de roos maar weer eens ontdekken.
Maandag 01 April 2002 in categorie Lezen
de ochtendschemering begint voorzichtig
maar de vogels fluiten zich al warm
het is nog even wennen met die lente
want zo 's morgens kan het nog
verrekte koud zijn...
Vrijdag 23 November 2001 in categorie Lezen
het land, de dijk,
het riet, het water.
in die volgorde
worden deze vier
geacht te blijven.
het Friese land,
het vriezend weer,
de ochtendzon bevroren
boven 't Tjeukemeer.
ik wandel de dijk,
de wind staat stil,
het water lebbert aan
de starre oeverkraag.
het net nog niet door vorst
verstilde spiegelend vlak
proeft aan het berijpte riet,
dat, dit keer niet
in staat tot meegaand buigen,
niet breekbaarder kan zijn
een helder knisperend geluid
heeft steeds mijn wandeling omringd.
ik gis verbaasd de herkomst,
staar over het strakke water,
daal de dijk af om te luisteren
of het riet wellicht iets zegt.
turend tussen de verstijfde halmen
zie ik het craquele van koud glazuur,
dat water remt in haar beweging,
dat stengels sust in hun geruis.
Alleen de dag maakt dat
het meer mij niet behekst lijkt
en dat het tinkelend ijs
mij nu muziek brengt:
het fluisterend zingen
van het Tjeukemeer.