de tour de frats

Dinsdag 25 Juli 2006 in categorie Gastcolumns

In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd er op de Amsterdamse grachten een heuse wielerwedstrijd georganiseerd. Bakkersknechten, slagersjongens, maar ook de verdwaalde zoon van een advocaat, ondergetekende, mochten een paar rondjes rijden over een door oom agent afgezet circuit. Er zaten een paar venijnige klimmetjes in, omdat we grachtenbruggen moesten beklimmen. De fietsen werden van tevoren door een erkend rijwielhersteller gecontroleerd. Er mochten geen handremmen opzitten en vooral geen versnellingen. Een oom van mij wist iets van fietsen en had er een iets kleiner voorwiel opgezet en dat maakte dat mijn karretje behoorlijk snel kon rijden. Eenmaal eindigde ik als tweede, maar dat was achter de later beroemd geworden wielrenner Peter Post. Een banketbakker bekende dat hij Peter voor de wedstrijd een glaasje sherry brandy had gegeven, doping dus. De winnaar mocht meerijden in de Tour de Frats, een etappewedstrijd in de buurt van Arnhem, maar zover schopte ik het toch niet. Peter wel. Terug naar de echte Tour. Hoewel... echt? Wie het boek De renner leest van Tim Krabbé of een van de vele andere wielerboeken komt tot de overtuiging dat er zonder geknoei, gekonkel en vooral veel, erg veel doping nooit een Tour te houden zou zijn. En dan heb ikhet niet over renners, zoals Tommy Simpson, die de dood vond tijdens de Tour van 1967 op de Mont Ventoux. In zijn bidon bevond zich cognac en uit zijn shirtzakken vielen later ampullen met benzedrine. Nee, ik heb het over de min of meer legale knoeiers zoals Anquetil, Hinault, Merckx en Indurain. Allemaal renners die 5 maal de Tour wonnen. Ook bij Lance Armstrong werden sporen apomorfine gevonden in zijn bloed, een middel tegen erectiestoornissen en tegen drugsverslaving. Slim van Lance... als er iemand over drugsverslaving zou zijn begonnen kon hij altijd nog verwijzen naar erectiestoornissen..!

Dichter bij huis was er sportjunkie Gerben Karstens. Wijlen Theo Koomen schreef een schrijnend boek over hem. Karstens droeg twee dagen de gele trui in 1974, maar de Leidse notariszoon begon uit de snoepdoos te grabbelen en kampt nog immer met zware hartproblemen. Roger de Vlaeminck liet zich op het laatst uitbetalen in champagne en cocaïne en Jempi Monseréreed onder invloed op een vrachtwagen in. Hij was op slag dood. Joop Zoetemelk zei laatst nog voor de Avro-microfoon: "Zonder dope is het eenvoudigweg niet vol te houden 250 kilometer per dag en dat een paar weken lang!"

Misschien is het een goed idee om de Tour de France voortaan de Tour de Farce te noemen. Laten we dan meteen even afspreken dat alle renners, net zoals op de pillenbrug in Amsterdam, zoveel drugs mogen gebruiken als ze maar op kunnen en aan hun fietsen mogen knoeien. Wellicht komt er iemand op het idee om het voorwiel kleiner te maken dan het achterwiel.En wie weet wordt hij nog tweede ook, achter de winnaar, die over betere drugs beschikte dan hijzelf. Leve de Tour de Farce!

Tags: